de saudade

de saudade
Saudade voor de noordkust van Spanje

donderdag 8 augustus 2013

Kastos, Kalamos, Meganisi e.o.
Zondag 4 augustus hebben we een uitstekend zeiltochtje vanuit Levkas-stad naar Préveza. Na de brugpassage van 12.00 uur blijkt er zo’n 3 Bf wind te staan en is Préveza bijna bezeild in een rechte koers. In de haven is het niet druk. Gelijk het zout van de boot gewassen en de aardige mijnheer van de dieselauto is er ook als de kippen bij. We tanken weer vol voor € 1,42/liter, geen slechte prijs. Lekker om weer even hier te zijn op bekend terrein. We proberen een auto te huren voor 3 dagen  om daarmee weer te bevoorraden en ook nog wat sight seeing tripjes te maken, maar dat mislukt. Er zijn geen auto’s beschikbaar, het is hoogseizoen. Voor de bevoorrading gaan we nu maar met een taxi naar de Lidl, een beetje decadent voelt het wel. Zaterdag komen Dirk en Jennemieke voor hun weekje aan boord. Maar eerst volgt nog wat in de weken hieraan vooraf ging.
   
Na nog een derde dag in Astakos voor de was en boodschappen houden we het hier weer voor gezien en varen we op donderdag 18 juli tegen wind naar One House Bay op de steenklomp Nisis Atoko.
Op het strandje van One House Bay.
Wij zijn niet de enige die dit bedacht hebben, deze baai lijkt wel een magneet te hebben. Van alle kanten komen de boten er in een rechte lijn op af, de meesten voor een lunch/zwem stop. Het is inderdaad een mooie baai met zeer helder water en nog steeds maar één huis en een kapelletje wat open is. Het heeft o.a. een paar iconen. Voor de nacht blijven er circa 10 boten liggen, ook onze gezellige buren uit Astakos, Gerard en Marianne. Terwijl we ’s avonds bij hen aan boord aan de borrel zitten komt er een flinke deining in de baai. Die maakt het nog lastig om weer aan boord te komen. Gelukkig stopt de deining rond middernacht, dus slapen we toch nog goed. De volgende dag komen de eerste dagankeraars al weer vroeg op de baai af, o.a. een mega motorjacht. In de middag steekt een lekker windje op en hebben we een heerlijk zeiltochtje naar de ankerbaai op zuidoost Kastos. Daar is het lekker rustig, wij zijn boot nummer vier en voor de nacht blijft er slechts één andere boot liggen, toevallig ook Nederlanders.
’s Morgens bekijken we het strandje. Een paar Griekse vrouwen zijn zee-egels van de zeebodem aan het halen. We vragen wat ze er mee gaan doen en het blijkt dat je de eitjes kunt eten. Ze maken er een paar open met een speciale tang, met een kokkel schelpje haal je de eitjes er uit en Jeanet proeft er een paar. De smaak lijkt op die van mosselen.

Naast de baai waar wij liggen is een kleinere baai, een One Boat Bay. Als de boot die daar ligt vertrekt zien wij onze kans schoon en gaan daar naartoe verplaatsen. Met twee achterlijnen naar 
de kant liggen we als een vorst met een privé strandje voor de hekstoel! Merkwaardig genoeg is het er qua wind ook rustiger. Gerard en Marianne liggen inmiddels in de andere baai en krijgen ’s nachts 30 knopen wind waardoor hun anker los gaat. Wij hebben geen zuchtje en dat op 100 meter afstand en één landpunt er tussen.
One Boat Bay, Kastos!
Een lekker koud biertje op een terras in Kastos.
Het dorp Kastos is slechts 2 mijl verderop. De haven is erg krap en al flink vol dus we ankeren buitengaats. Na een rondje door het schattige dorpje varen we maandags door naar Kalamos waar we aan de kade kunnen liggen.
Kalamos bakboord, vaste land stuurboord.
Hier is George de zelfbenoemde havenmeester en uiteraard is er een George’s Taverna. Daar kun je ook lekker douchen, de was doen en ze verkopen ijs-cups en bevroren flessen water. Dat is handig om de koelbox te helpen de inhoud op temperatuur te houden, want het is inmiddels flink heet, 34 graden en geen wind. Het eiland Kalamos is veel groter, hoger en groener dan Kastos. In de zomer wonen er aardig wat mensen, maar in de winter slechts circa 100. De rest vertrekt dan naar Athene of Patras.
Het dorp Kalamos ligt prachtig tegen de steile helling, het is een flinke klim omhoog maar zeker de moeite waard. De tweede avond eten we daar.
Kalamos.
Beneden bij de haven zijn dus wel tavernes en twee supermarkten waar je o.a. brood kunt kopen wat dagelijks van het vaste land aangevoerd wordt, omdat de lokale bakker de hoeveelheid die zomers nodig is niet kan leveren. Woensdag 24 juli is de grote ankerbaai Port Leone op de zuidoost punt van Kalamos ons doel. Het dorp hier is in de aardbeving van 1953 verwoest en niet weer opgebouwd, veel bewoners zijn geëmigreerd naar m.n. Australië. Alleen de kerk wordt nog onderhouden en in de zomer wordt er vanuit een caravan een terras bediend. Toen we circa 20 jaar terug met onze huurboot in een zwaar onweer belanden was deze baai onze vluchthaven. Nu zijn de omstandigheden heel wat rustiger!
Port Leone, Kalamos.
Het eiland Meganisi heeft een zeer grillige noordkust met een aantal grote inhammen die dan weer kleinere inhammen hebben, kortom een ankerparadijs! We hebben er al veel positieve berichten over gehoord en nu willen we het zelf wel eens zien. Na een heerlijk zeiltochtje aan de wind met 3 á 4 Bf is de meest oostelijke inham, Port Atheni het eerst aan de beurt. Het is een plaatje, maar wel een stuk drukker dan Kastos en Kalamos. Rondom de hele baai liggen de boten met lange lijnen naar de kant. Op die manier kun je vrij dicht bij elkaar ankeren en wij vinden dus ook een plekje. Overigens kun je ook aan een kade liggen en blijken er in deze baai twee tavernes en een kleine supermarkt te zijn. Inmiddels moeten we wel weer eens pinnen en dat kan niet op de kleinere eilanden, zodat vrijdag 26 juli Palairos aan de vaste wal onze bestemming wordt. Er is net genoeg wind om met ruime zeilen 2 á 3 knopen per uur te halen. We zijn heel tevreden over deze snelheid bij zo weinig wind. Er zit nog bijna geen aangroei op de romp, dus de anti-fouling van een veel goedkoper lokaal merk doet zijn werk goed. Er zal wel aardig wat koper in zitten. Het is een heerlijk rustig warm tochtje, ware het niet dat Jeanet al snel na het verlaten van Port Atheni een vage house dreun hoort. En geloof het of niet, maar dat blijkt dus van een tent op het strand in de baai van Palairos te komen, op 8 mijl afstand dus al te horen! Als bij aankomst de kleine haven vol blijkt te zijn en de beschutting op de ankerplek ook niet zo geweldig lijkt, onderdrukken we de neiging om na het pinnen direct het kielzog terug te volgen. De deining valt mee die nacht, de house niet, die gaat door tot 5 uur in de morgen. De meegebrachte oordoppen komen Jeanet goed van pas. De watervoorraad moet nodig aangevuld worden, dus dat wordt een warm klusje met de jerrycans in de dinghy naar de kade voor  gratis water. Palairos blijkt ook weer een leuk plaatsje, misschien komen we er nog eens terug in het voor of najaar als er vast minder herrie is. Nu gaan we terug voor verdere verkenning van Meganisi, ditmaal de middelste baai, Ormos Abelike. Deze baai vinden we nog mooier dan Port Atheni. We vinden een ankerplekje in een knusse inham, het is er wel druk met boten maar toch rustig. Je kunt in ongeveer 20 minuten naar Vathi, de hoofdplaats van Meganisi, lopen. Eerst moet je door de bosjes naar de weg en dan via een paar afslagen kom je bij een trap met ruim 100 treden stijl naar beneden in het dorp. De tweede avond eten we aan het dorpsplein van Vathi, wat dus ook weer in zo’n mooie inham ligt. Het is er erg warm maar ook heel gemoedelijk. Een aantal jongetjes schaken op een groot schaakbord en dè grote attractie is een moeder die in een golfkarretje met een deel van de kinderen door het dorp rijdt met de rest er hollend achteraan. In het pikkedonker terug nemen we slechts één keer een verkeerde afslag, gelukkig hebben we het snel in de gaten.

We hebben een aantal nautische zaken nodig en in Nidri hebben we eerder een aantal goede chandlers gezien, dus dat wordt onze bestemming voor twee nachten. In het dorp is de toeristenkermis in volle gang, dat heeft ook wel weer zijn charme voor een korte periode. Eigenlijk hebben we nog niet zo veel van Levkas gezien, dus bedenken we dat we wel naar Sivota in het zuidoosten kunnen gaan. Als we om de landpunt het kanaal tussen Levkas en Meganisi in draaien blijkt er een flinke tegenwind te staan. Die trekt verder naar het zuiden aan tot 6 Bf en daar hebben we weinig lol in. Bovendien is het eigenlijk zonde van de diesel, dus gaat het roer 180 graden om en kunnen we lekker voor de wind zeilend naar Spartakhori, wederom op Meganisi, want daar wilden we ook graag nog heen.
Uitzicht vanuit Spartakhori over de "binnenzee" tussen Levkas, Meganisi
en het vaste land.
Spartakhori, Meganisi.
Ook deze baai is weer van een grote schoonheid. Als we ons anker laten zakken om af te meren aan een stijger is er ineens een hoop kabaal op de stijger. Het blijkt dat er mooring lijnen zijn en dat het niet de bedoeling is dat je je eigen anker gebruikt. Oeps, foutje. De stijger blijkt bij een taverna te horen. 
Ligplaats, water en elektra is gratis, maar je wordt wel in de taverna verwacht. Dat is geen probleem. Het water is hier zo mogelijk nog helderder dan op andere plaatsen en het is zeker de beste snorkel stek tot nu toe met veel meer verschillende soorten vissen en zelfs wat koraal. Genieten dus. Om het plaatsje Spartakhori te bereiken moet je een steile klim omhoog maken. Er zijn trappen om de weg wat te verkorten. Het uitzicht maakt de klim zeker de moeite waard.

Ook in Spartakhori zijn weer veel zwaluwen.

Verstekeling aan boord!
Barney, de kat van een mede zeiler heeft een
rustig plekje bij ons gevonden.
Vervolgens hebben we nog een heerlijk rustige nacht in de baai van Vlikho met een bezoekje aan ons favoriete cafétje Fyki waar een halve liter bier € 2,50 kost en de heerlijke, zeer uitgebreide hoeveelheid mezes nog door moeders zelf gemaakt wordt. Daarna een nacht aan de kade in Levkas-stad. Die ligt aan de doorgaande weg en het is een chaos met auto’s die geen parkeerplek kunnen vinden. Op zich is Levkas best een aardige plaats, maar aan de kade is het door al dat verkeer voor de deur niet zo fijn vinden wij. Geef ons maar Préveza!

Verzanding aan de noordzijde van de aanloop naar het kanaal van Levkas.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten